legaleonlinecasinos24.nl

17 Jul 2026

Hoge Raad Nederland Spreekt Zich Uit over Goksites: Pre-2021 Overeenkomsten Blijven Geldig

Hoge Raad gebouw in Den Haag met Nederlandse vlag

Achtergrond van de Uitspraak

De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 4 juli 2025 een belangrijk arrest gewezen in zaken die verband houden met online gokken voor de regulering van de markt in oktober 2021; dit arrest beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland en bevestigt dat overeenkomsten met niet-gelicentieerde aanbieders zoals PartyCasino en PokerStars onder het civiele recht niet automatisch nietig zijn op grond van strijd met de openbare orde of de Wet op de kansspelen. Spelers die voor die datum bedragen verloren zoals meer dan 135.000 euro in de betreffende zaken kunnen die verliezen daarom niet automatisch terugvorderen omdat de afspraken ongeldig zouden zijn.

Het arrest volgt op procedures waarin eisers stelden dat de overeenkomsten met illegale operators in strijd waren met artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek en dat terugbetaling van inleg en verliezen moest volgen; de Hoge Raad oordeelt dat de wetgever bij de invoering van het reguleringskader in 2021 geen automatische nietigheid heeft beoogd voor eerdere contracten en dat de geldigheid van die afspraken afzonderlijk moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van elk geval.

De Prejudiciële Vragen en het Oordeel

De lagere rechters hadden de Hoge Raad gevraagd of overeenkomsten met aanbieders die vóór oktober 2021 zonder vergunning opereerden automatisch in strijd zijn met de openbare orde en daarom nietig zijn; de Hoge Raad beantwoordt die vragen ontkennend en stelt dat de Wet op de kansspelen weliswaar een verbod bevat maar dat dit verbod niet leidt tot automatische civielrechtelijke nietigheid van de gemaakte afspraken. De uitspraak benadrukt dat de wetgever bij de totstandkoming van het reguleringsstelsel heeft gekozen voor een overgangsregime waarbij bestaande contracten hun geldigheid behouden tenzij specifieke omstandigheden tot een andere conclusie leiden.

Partijen in de onderliggende procedures voerden aan dat de aanbieders in strijd handelden met het kansspelverbod en dat spelers daarom recht zouden hebben op restitutie; de Hoge Raad wijst erop dat een dergelijk gevolg niet volgt uit de tekst van de wet en dat de civiele rechter per geval moet onderzoeken of er sprake is van een geldige overeenkomst of van een andere grond voor vernietiging of ontbinding. Daarmee biedt het arrest duidelijkheid voor alle lopende en toekomstige procedures die betrekking hebben op pre-regulering gokactiviteiten.

Gevolgen voor Spelers en Aanbieders

Voor spelers die voor oktober 2021 bedragen hebben ingelegd bij niet-gelicentieerde sites betekent de uitspraak dat een vordering tot terugbetaling niet automatisch slaagt op de enkele grond dat de operator geen vergunning had; zij zullen in concrete procedures moeten aantonen dat er bijkomende omstandigheden bestaan die de overeenkomst ongeldig maken of die een grondslag bieden voor schadevergoeding. De Hoge Raad laat daarmee ruimte voor individuele beoordeling terwijl hij tegelijkertijd een algemene lijn uitzet die lagere rechters bindt.

Rechtszaal in Nederland met documenten over kansspelwetgeving

Aanbieders die voor de regulering actief waren zien hun positie versterkt omdat de overeenkomsten met Nederlandse spelers niet per definitie worden aangemerkt als nietig; dit heeft gevolgen voor lopende schadeclaims en kan ook van invloed zijn op schikkingen die in de praktijk worden getroffen. De uitspraak voorkomt daarmee een golf van automatische restituties die de markt voor en na de regulering in oktober 2021 zou hebben ontwricht.

Context van de Regulering sinds Oktober 2021

Sinds de opening van de legale markt in oktober 2021 gelden strenge eisen voor aanbieders die een vergunning van de Kansspelautoriteit willen verkrijgen; de Hoge Raad neemt in zijn arrest uitdrukkelijk in aanmerking dat de wetgever met die regulering een nieuw kader heeft geschapen zonder terugwerkende kracht te geven aan de nietigheid van eerdere afspraken. De beslissing sluit daarmee aan bij het uitgangspunt dat de overgang naar een gereguleerd stelsel geen automatische herbeoordeling van alle voorgaande transacties met zich meebrengt.

De zaken die aanleiding gaven tot de prejudiciële vragen betroffen vorderingen van spelers die in totaal meer dan 135.000 euro hadden verloren bij PartyCasino en PokerStars; de rechtbanken wilden weten of die verliezen op grond van artikel 3:40 BW konden worden teruggevorderd en de Hoge Raad geeft daarop een helder antwoord dat de contracten geldig blijven tenzij andere juridische gronden worden aangevoerd.

Betekenis voor de Jurisprudentie

Met dit arrest brengt de Hoge Raad een einde aan onzekerheid die in de lagere rechtspraak was ontstaan over de civielrechtelijke gevolgen van illegaal online gokken voor oktober 2021; rechters in het hele land kunnen nu voortbouwen op de uitspraak en hoeven niet langer prejudiciële vragen te stellen over dezelfde rechtsvraag. De lijn die de Hoge Raad heeft uitgezet houdt in dat de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving van het kansspelverbod losstaat van de civielrechtelijke geldigheid van de gemaakte afspraken.

De uitspraak wordt in juli 2026 nog steeds aangehaald in procedures die betrekking hebben op pre-regulering activiteiten en bevestigt dat de overgang naar het vergunningenstelsel geen automatische vernietiging van eerdere contracten impliceert. Daarmee draagt het arrest bij aan rechtszekerheid voor zowel spelers als aanbieders die in de periode vóór oktober 2021 transacties hebben verricht.

Conclusie

De Hoge Raad heeft met het arrest van 4 juli 2025 duidelijk gemaakt dat overeenkomsten met niet-gelicentieerde online gokaanbieders uit de periode voor de regulering van oktober 2021 niet automatisch nietig zijn onder het civiele recht; spelers kunnen verliezen zoals de meer dan 135.000 euro in de zaken rond PartyCasino en PokerStars daarom niet zonder meer terugvorderen op basis van strijd met de openbare orde of de Wet op de kansspelen. Het arrest beantwoordt de prejudiciële vragen van de rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland en biedt een vaste lijn voor alle toekomstige procedures die op dezelfde rechtsvraag betrekking hebben. De uitspraak benadrukt dat de civiele rechter per geval moet beoordelen of er gronden zijn voor nietigheid of vernietiging en voorkomt daarmee een algemene golf van restitutieclaims die de overgang naar het gereguleerde kansspelstelsel zou hebben beïnvloed.